Bepalingen afval of niet in Kaderrichtlijn afvalstoffen

De Kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG) is sinds eind 2008 van kracht.

Voor de vraag of een stof of voorwerp een afvalstof is of niet zijn de volgende artikelen van belang:

Verder staat op deze pagina informatie over:

Niet van toepassing

Artikel 2 geeft aan dat de Richtlijn niet van toepassing is op de volgende stoffen of voorwerpen:
  • gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten
  • bodem (in situ) met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en duurzaam met de bodem verbonden gebouwen
  • niet-verontreinigde grond en ander van nature voorkomend materiaal, afgegraven bij bouwactiviteiten, indien vaststaat dat het materiaal in natuurlijke staat zal worden gebruikt voor bouwdoeleinden op de locatie waar het werd afgegraven
  • radioactieve afvalstoffen
  • afgedankte explosieven
  • uitwerpselen, voor zover niet vallend onder onderdeel h, onder 1°, stro en ander natuurlijk, niet-gevaarlijk materiaal rechtstreeks afkomstig uit de land- of bosbouw dat wordt gebruikt in de landbouw, de bosbouw of voor de productie van energie uit die biomassa door middel van processen of methoden die onschadelijk zijn voor het milieu en die de menselijke gezondheid niet in gevaar brengen.
    Meer informatie vindt u op onze pagina's Groenafval en afvalregelgeving

Uitgesloten

Artikel 2 vermeldt dat de volgende stoffen of voorwerpen zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de Richtlijn, voor zover deze al vallen onder andere wetgeving van de Europese Gemeenschap:

  • afvalwater
  • dierlijke bijproducten, inclusief verwerkte producten die onder Verordening (EG) nr. 1774/2002 vallen, behalve die welke bestemd zijn om te worden verbrand of gestort of voor gebruik in een biogas- of composteerinstallatie
  • kadavers van dieren die niet door slachting zijn gestorven, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1774/2002 worden verwijderd
  • afvalstoffen die ontstaan bij opsporing, winning, behandeling en opslag van delfstoffen, evenals bij de exploitatie van steengroeven, en die vallen onder Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën

Ook sediment (afzetting) dat binnen oppervlaktewater wordt verplaatst met het oog op:

  • het beheer van water en waterwegen of om overstromingen te voorkomen of
  • de gevolgen van overstromingen en droogte te verminderen, of
  • met het oog op landwinning,

valt buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn, als bewezen is dat het sediment ongevaarlijk is. Natuurlijk moet wel aan andere verplichtingen uit wetgeving van de Europese gemeenschap voldaan worden.

Bijproduct

In artikel 5 worden de voorwaarden vermeld om een materiaal als bijproduct te kunnen kwalificeren. Een stof of voorwerp dat ontstaat bij een productieproces dat in de eerste plaats bedoeld is voor de productie van een andere stof of voorwerp, kan alleen als een bijproduct (en niet als een afvalstof in de zin van artikel 3, punt 1), worden aangemerkt, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • het is zeker dat de stof of het voorwerp zal worden gebruikt
  • de stof of het voorwerp kan onmiddellijk worden gebruikt zonder verdere andere behandeling dan die welke bij de normale productie gangbaar is
  • de stof of het voorwerp wordt geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces
  • verder gebruik is rechtmatig, met andere woorden: de stof of het voorwerp voldoet aan alle voorschriften inzake producten, milieu en gezondheidsbescherming voor het specifieke gebruik en zal niet leiden tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid.

Een stroomschema als hulpmiddel om te bepalen of het gaat om een bijproduct of afvalstof staat in het achtergronddocument op de website van het Landelijk Afvalbeheerplan.

Einde-afvalfase

In artikel 6 van de Kaderrichtlijn is bepaald dat sommige specifieke afvalstoffen niet langer afvalstoffen zijn (‘einde-afvalfase’), wanneer zij een behandeling voor nuttige toepassing, waaronder een recyclingsbehandeling, hebben ondergaan en voldoen aan specifieke criteria die door de Europese Commissie zullen worden opgesteld onder de volgende voorwaarden:

  • het voorwerp wordt gebruikelijk toegepast voor specifieke doelen
  • er is een markt voor of er is vraag naar de stof of het voorwerp
  • de stof of het voorwerp voldoet aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving en normen
  • het gebruik van de stof of het voorwerp heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid.

De richtlijn stelt dat specifieke criteria voor de ‘einde-afvalfase’ onder meer ten minste moeten worden overwogen voor granulaten, papier, glas, metaal, banden en textiel. De criteria voor de einde-afvalfase die inmiddels van kracht zijn, staan op de pagina Afval of niet.

Aanpassing Wet milieubeheer

De Wet milieubeheer, hoofdstuk 10 over afvalstoffen is in overeenstemming met de kaderrichtlijn. Op deze site staat informatie hierover op de pagina Wet milieubeheer, afvalstoffen.

Uitsluitingen in de Wet milieubeheer

De Wet milieubeheer bepaalt in artikel 22.1, lid 8, dat hoofdstuk 10 (‘Afvalstoffen’) van die wet niet van toepassing is op 'gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens:

  • de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
  • de Wet voorkoming verontreiniging door schepen
  • de Diergeneesmiddelenwet
  • de Meststoffenwet
  • de Scheepvaartverkeerswet
  • hoofdstuk VIIa van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
  • de Kernenergiewet
  • de Waterwet

behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten of van deze wet anders blijkt'.

Meststoffen die ook afvalstof zijn

Voor afvalstoffen die erkend zijn als meststof betekent dit het volgende.

De afvalstoffenwet- en -regelgeving is niet van toepassing op handelingen met die afvalstoffen, voor zover voor die handelingen voorschriften zijn gesteld bij of krachtens de Meststoffenwet. De voorschriften van de Meststoffenwet gaan dus vóór de voorschriften van de Wet milieubeheer.

Zo is het verbod van artikel 10.2 van de Wet milieubeheer om zich ‘van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te storten of anderszins op of in de bodem te brengen’ niet van toepassing op afvalstoffen die erkend zijn als meststof. De meststoffenregelgeving kent immers al voorschriften voor het op of in de bodem brengen van meststoffen.
Verder geldt voor bepaalde productieresiduen die als meststof kunnen worden toegepast dat deze als product verhandeld kunnen worden. Dit is nader omschreven in bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.
Voor nadere informatie over de toepassing van de Meststoffenwet op afvalstoffen of productieresiduen kunt u contact op nemen met RVO.

LAP2 en achtergronddocument

Het tweede Landelijk afvalbeheerplan (LAP2) is eind 2009 in werking getreden. Dit betekent dat de tien criteria of aanwijzingen die in het eerste Landelijk afvalbeheerplan stonden, zijn komen te vervallen. Wat betreft het onderscheid tussen een afvalstof en een niet-afvalstof is in het LAP2 ook aangesloten bij de nieuwe Kaderrichtlijn en de meest actuele jurisprudentie.
In het beleidskader van het LAP2 is paragraaf 4.4 gewijd aan het onderscheid tussen afvalstof en niet-afvalstof. Deze paragraaf gaat in op twee situaties:

  • het moment waarop een stof of voorwerp een afvalstof wordt
  • het moment waarop de kwalificatie afvalstof komt te vervallen

Behorend bij LAP2, maar geen onderdeel ervan, is een informatief achtergronddocument over het onderscheid afvalstof / niet-afvalstof. In deze notitie wordt ingegaan op de toetsingscriteria en wordt relevante jurisprudentie samengevat. Ook wordt een handvat gegeven dat kan worden gebruikt bij een juiste interpretatie van de definitie van een afvalstof en het gebruik van de criteria.
Download paragraaf 4.4 en het achtergronddocument op de LAP-website.

Garantiegoederen

Garantie- en retourgoederen worden niet als afvalstof beschouwd als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. In een brief van mei 2009 heeft de voormalige VROM-Inspectie (nu ILT) de producenten en de importeurs van elektr(on)ische apparatuur nogmaals gewezen op de reikwijdte en de voorwaarden die gelden voor garantie- en retourgoederen:

  • een belangrijke voorwaarde is dat de goederen alleen teruggezonden mogen worden aan de producent of de importeur, of aan een reparatiebedrijf dat de goederen in opdracht in garantie repareert
  • tevens dienen de apparaten voldoende verpakt te zijn om ze te beschermen tegen beschadiging tijdens transport, laden en lossen
  • tenslotte wordt aanbevolen om het transport vergezeld te laten gaan van een document waarin de houder verklaart dat het materiaal en/of de apparatuur geen afval is.

Autowrakken

Wanneer gaat het om een autowrak in plaats van een auto? Dit wordt toegelicht op de pagina Autowrakken

Handreiking hout

Is onbehandeld hout een afvalstof of een grondstof? In een notitie (pdf, 153 kB) geeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu handvatten bij de beantwoording van de vraag in welke gevallen hout gezien mag worden als een grondstof. Hout dat wel als afvalstof moet worden gekwalificeerd, kan soms de status van afvalstof verliezen. De notitie gaat ook kort in op de vraag wanneer dit het geval is.