Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE)

We staan op dit moment voor grote duurzaamheidsopgaven. Als gevolg van een opwarmende aarde en een biodiversiteit die afneemt, staat de leefomgeving van mensen wereldwijd onder druk. Het gebruik van grondstoffen voor onze producten, energie en voeding draagt hier voor een groot deel aan bij. We gebruiken steeds meer, produceren steeds meer en creëren daarmee ook meer afval. Veel meer dan de aarde aankan. Daarom is een omslag naar een circulaire economie nodig. Dat betekent dat we spullen niet meer weggooien, maar hergebruiken en omzetten naar nieuwe grondstoffen.

Vijf impactvolle ketens

In het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 zijn voor productketens met de meest negatieve impact op het milieu in 2018 transitieagenda's opgesteld. Aan de hand van die transitieagenda’s zijn vervolgens concrete doelen geformuleerd en is er specifiek beleid ontwikkeld voor de meest impactvolle productgroepen binnen deze ketens. Dit zijn:

  • Consumptiegoederen: elektrische en elektronische apparaten, verpakkingen en wegwerpproducten, textiel en meubels.
  • Kunststoffen: plastic verpakkingen, bouwplastic, landbouwplastic.
  • Bouw: woningen, kantoren en bedrijfshallen, wegverharding, betonnen viaducten en bruggen.
  • Maakindustrie: Capital Equipment, windparken, zon-PV-systemen en klimaatinstallaties.

Nieuwe maatregelen

Nederland heeft de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. Het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie (UPCE) 2020-2023 bouwde voort op het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050. Met het nieuwe Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE) stelt het Rijk maatregelen op voor specifieke productgroepen, zoals meubels, plastic verpakkingen en textiel. Per productgroep wordt aangegeven welke doelen we willen bereiken en op welke maatregelen daarbij horen. Waar het beleid zich eerder vooral richtte op de achterkant van de keten, zijn de maatregelen nu meer gericht op de inputkant (circulair ontwerp) en de gebruikersfase. Op basis van de resultaten van de de tweejaarlijkse Integrale Circulaire Economie Rapportage 2023 (ICER 2023) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vullen we het maatregelenpakket aan en breiden we het mogelijk uit naar andere sectoren en productgroepen.

Bij die transitie naar een circulaire economie nemen we bovendien de klimaat-, milieu- en biodiversiteitsopgaven mee. Op die manier kunnen al die opgaven elkaar versterken en dragen ze samen bij aan een toekomstbestendig Nederland.

Vier knoppen

Binnen het circulaire-economiebeleid kunnen we aan vier ‘knoppen’ draaien om ons grondstoffengebruik meer circulair te maken. De maatregelen in het NPCE zijn daarop gericht.

  1. Vermindering van grondstoffengebruik
  2. Substitutie van grondstoffen
  3. Levensduurverlenging
  4. Hoogwaardige verwerking

Verantwoordelijkheid

Het Rijk is verantwoordelijk voor het beleid voor de transitie naar een circulaire economie en legt hierover verantwoording af aan de Tweede Kamer. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) draagt als coördinerend bewindspersoon de verantwoordelijkheid voor die transitie. De bewindspersonen van de meest betrokken vakdepartementen zijn verantwoordelijk binnen hun eigen beleidsterrein.

Bij de transitie naar een circulair Nederland is het belangrijk dat iedereen is aangehaakt: bedrijven, landelijke, regionale en lokale overheden, burgers, kennis- en onderwijsinstellingen en milieuorganisaties.

Maatregelen textiel

In het NPCE 2023 staat precies vermeld welke maatregelen het Rijk neemt op het gebied van textiel. Zie het overzicht:

Een digitoegankelijke versie van deze tabel is Tabel 14: Maatregelen op het gebied van textiel, in het NPCE 2023-2030

Wil je meer weten over de diverse maatregelen die het Rijk nam ter bevordering van een circulaire textielindustrie? Lees dan het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030.