Landelijk Afvalbeheerplan

Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) is het beleidskader voor afval in de circulaire economie in Nederland. Alle overheden moeten bij de uitvoering van hun taken op het gebied van afval rekening houden met het LAP.
Op 28 december 2017 is het derde LAP in werking getreden. LAP3 ondersteunt de overgang naar een circulaire economie.

Het LAP bestaat uit een beleidskader en sectorplannen.

Wat staat er in het beleidskader?

Het beleidskader beschrijft de doelstelling van het afvalbeleid in Nederland en het beleid voor afvalpreventie en afvalbeheer. Onderwerpen die in het beleidskader behandeld worden zijn traditionele afvalactiviteiten zoals inzamelen, recyclen, verbranden, storten en afvaltransporten. Daarnaast komen ook andere onderwerpen aan de orde, zoals de circulaire economie, de afweging afval of geen afval, monitoring en vergunningverlening en toezicht.

Wat staat er in de sectorplannen?

In LAP3 staan 85 sectorplannen. In de sectorplannen is het beleid uit het beleidskader uitgewerkt voor verschillende afvalstromen, bijvoorbeeld voor textiel, kunststoffen of oliehoudende afvalstoffen.

De kern van ieder sectorplan is de ‘minimumstandaard’, die aangeeft hoe de afvalstof verwerkt mag worden. Dit zorgt ervoor dat afval niet laagwaardiger wordt verwerkt dan gewenst is. Als de minimumstandaard bijvoorbeeld recycling is, mag dat afval niet worden verbrand, omdat recycling hoogwaardiger is.

Een sectorplan bestaat in LAP3 verder uit:

  • Afbakening: over welke afvalstoffen gaat het wel en niet
  • Beleid voor grensoverschrijdend transport van afvalstoffen
  • Toelichting, aandachtspunten en vooruitblik minimumstandaard

Wat is er nieuw in het LAP3 in vergelijking met LAP2?

Beleid

LAP3 beschrijft de rol van afvalbeleid in de overgang naar een circulaire economie (hoofdstuk B1), en de rol van alle partijen in de keten (Deel C). Ook zijn er nieuwe onderwerpen uitgewerkt, zoals verschillende niveaus van recycling om hoogwaardige recycling te stimuleren (hoofdstuk B9), en hoe om te gaan met ZZS (zeer zorgwekkende stoffen) in afvalstoffen (hoofdstuk B14).

Dynamisch LAP

In sommige sectorplannen worden relevante ontwikkelingen geschetst die mogelijk nog tijdens de planperiode zouden kunnen leiden tot een verhoging van de minimumstandaard.

Innovaties ondersteunen

Het beleidskader beschrijft ook hoe ruimte geboden kan worden aan innovaties die ondersteuning verdienen voor de overgang naar de circulaire economie (experimenteerruimte). Zie hiervoor hoofdstuk A.4

Ruimte bieden

Door het verschaffen van duidelijkheid rond de begrippen einde-afvalstof en bijproduct wordt meer ruimte geboden om materialen niet langer als afvalstoffen te beschouwen. Voor materialen met zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) is uitgewerkt of en wanneer deze nuttig kunnen worden toegepast. Zie hiervoor hoofdstuk B.6

Voor alle overheden en bedrijven

In de wet is vastgelegd dat ieder bestuursorgaan rekening moet houden met het LAP. Het is hét kader voor het grondstoffen- en afvalbeleid van het Rijk zelf en voor de decentrale overheden. Daarnaast is het LAP het kader voor de vergunningen en regels voor alle bedrijven die afval produceren, en bedrijven die afval verwerken.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt het LAP en elke wijziging daarvan vast, volgens een procedure uit de Wet milieubeheer.

Meer weten?

Zie de website LAP3