Gemeente Haarlem gaat zwerfafval anders meten

Hoe schoon is het centrum van de stad? Gemeentes bepalen dit vaak met de CROW-methodiek, maar het kan ook anders. Haarlem gaat starten met het meten van de ‘schoonbeleving’, waarbij de beleving van de inwoners centraal staat. Per buurt wil de gemeente erachter komen welke aspecten bepalend zijn.

Harco van den Brink

“De CROW-methodiek staat nog altijd bekend als het meest objectief”, zegt Harco van den Brink, procesmanager Afval & Reiniging van de gemeente Haarlem. “Maar persoonlijk vind ik de methode achterhaald. Een gebied dat aan het juiste schoonheidsniveau voldoet, kunnen inwoners toch als vies ervaren. Onkruid, natuurlijke aanslag op straatmeubilair, honden- en vogelpoep, graffiti, stickers, stankoverlast: het kan allemaal de beleving kleuren. We willen al deze aspecten gaan meenemen.”

Jeroen Schorn

Spaarnelanden zorgt voor de inzameling van afval voor de gemeente Haarlem. Jeroen Schörn, unitmanager Afval en Grondstof, is ook voorstander van een subjectievere benadering: “Het gevaar is nu dat een ingehuurd bureau op basis van soms onhandig te hanteren beeldsystematiek bepaalt of het ergens schoon is. Zo’n meting kan compleet afwijken van de schoonbeleving van de inwoners. Alleen met de juiste stuurinformatie kun je een beter resultaat bereiken. Wij zijn dan ook kritisch over de CROW-methodiek.”

Minder afvalbakken is soms beter

Eerder dit jaar bezocht Van den Brink twee bijeenkomsten van Rijkswaterstaat over schoonbeleving en gedragsverandering. Dat leverde een aantal interessante inzichten op.  “Elke gemeente is anders. Soms blijkt het effectiever om afvalbakken te verwijderen, in plaats van extra te plaatsen. Het is maar een klein groepje dat afval op straat gooit. De meeste mensen houden hun Mars-papiertje bij zich als ze geen afvalbak kunnen vinden.”

Meer eettentjes is meer afval

Tegenwoordig mogen afvalbakken ook zichtbaar zijn. Van den Brink: “Vroeger metselden we ze bij wijze van spreken het liefst in de muur. Maar het is effectiever als ze op een prominente plek staan.” Ook de buitenruimte zelf verandert, zegt Schörn. “Winkels maken steeds meer plaats voor koffiebarretjes en eettentjes. De buitenruimte is meer een ontmoetingsplek geworden. Dat brengt meer en ander zwerfafval met zich mee. Denk aan pizzadozen in het park. Daar moet je je beleid op aanpassen.”

Schoonbeleving wordt aanvullend ingezet naast beeldkwaliteit

Momenteel verwerkt de gemeente Haarlem de nieuwe inzichten in een beleidsplan schoon. De uitkomsten van het onderzoek naar de schoonbeleving worden daarvoor een belangrijk uitgangspunt. Van den Brink: “We hebben al een aantal keer interviews gehouden op locatie en die resultaten weken af van de gemeten beeldkwaliteit. Zo zagen we meteen dat een objectieve meting niet altijd veel zegt. De straatinterviews zijn bovendien een mooie manier om inwoners te betrekken bij het schoonhouden van de stad.”