Data bieden gemeenten in de Betuwe inzicht in openbare reiniging

In vier gemeenten in de Betuwe verzorgt AVRI de openbare reiniging. Bijvoorbeeld door prullenbakken te legen en de straten te vegen. Er zijn afspraken over wanneer dit moet gebeuren. Maar waarom moet een lege prullenbak geleegd worden, of een schone straat geveegd? Om dit efficiënter, duurzamer en effectiever in te kunnen delen, zet AVRI sinds vorig jaar datagestuurd reinigen in. Kortgezegd betekent dit dat een systeem alle informatie opslaat, en daarna gebruikt om het werk beter te organiseren. Bijvoorbeeld hoe vol een prullenbak zat op welk moment, en hoe vervuild een straat is.

“Openbare reiniging mogen we niet onderschatten. Als het gewoon goed gebeurt, dan heeft niemand het erover. Maar als het niet gebeurt, staan de kranten ermee vol”, vertelt Jasper van Thiel. Hij houdt zich bij Avri bezig met beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Met de gemeente heeft AVRI per locatie afgesproken hoe ‘vuil’ een straat mag zijn (middels een bepaalde beeldkwaliteit) of hoe vaak de prullenbakken geleegd moeten worden.

Voorspelbaar of niet

Van Thiel: “Onze medewerkers zijn opgeleid om zelf in te kunnen schatten of ze moeten reinigen. In de praktijk komt het daardoor nu voor dat ze hele straten overslaan. Soms kunnen we dit makkelijk voorspellen. Als het herfst is en de bladeren vallen, dan moeten we natuurlijk vaker vegen. En de prullenbakken rondom een recreatieplas zijn in de zomer vaker vol dan in de winter. Maar de applicatie slaat nu alle informatie op en helpt ons om meer ‘ritmes’ te ontdekken.”

Prullenbakkenoverzicht

Met name op het gebied van prullenbakken legen zijn goede resultaten behaald. Van Thiel: “We weten nu exact waar alle prullenbakken staan. In een van onze gemeenten dachten we dat dit om ongeveer 650 stuks ging, maar het bleken 800 bakken te zijn! In het systeem geeft de medewerker exact aan welke bak wanneer geleegd is, en hoe vol deze bak was. Zo kunnen we goede routes maken, en kan een vervanger het werk gemakkelijk overnemen. Datzelfde geldt voor het vegen van de straten. Ook hebben we inzicht in bijzonderheden. Bijvoorbeeld kapotte prullenbakken of gevaarlijke situaties op straat.”

Het kost tijd

De grootste misvatting is volgens Van Thiel dat het meteen goedkoper wordt. “Gegevens verzamelen kost tijd en een nieuw systeem kost geld. In kleine stapjes boeken we nu de eerste resultaten. Dat is fijn, want zo kunnen we mensen beter meenemen in het proces. Buitendienstmedewerkers maar ook interne medewerkers en uiteraard de gemeentes. Sommige medewerkers waren eerst sceptisch, maar inmiddels vindt bijna iedereen het leuk om op deze manier te werken. Er ontstaan zelfs al onderlinge competities over wie bijvoorbeeld de meeste prullenbakken leegt in de kortste tijd.”

Data zijn de toekomst

Waarom is dit ook interessant voor andere gemeenten? Van Thiel: “Ik denk dat het gebruik van data niet meer weg te denken is uit onze maatschappij. De ontwikkelingen gaan snel en dit is nog maar het begin. Het is bijvoorbeeld al mogelijk om in elke prullenbak die je buiten ziet staan een hele kleine en niet kostbare sensor te plaatsen. Deze geeft een signaal af als de prullenbak vol is. Een simpel hulpmiddel om inzicht te krijgen in het beheer. Data maken ons werk gewoon makkelijker.”