Veelgestelde vragen co-vergisting

1. Afvalstoffen, producten en bijproducten

2. Vervoer van afvalstoffen

3. Wet Milieubeheer (hoofdstuk 10, Afvalstoffen)

4. Co-vergisting en de Eural (Europese afvalstoffenlijst)

1. Afvalstoffen, producten en bijproducten

1.1 Is materiaal X een afvalstof volgens de afvalstoffenregelgeving?

Soms is het voor iedereen duidelijk dat het om afval gaat, maar in andere gevallen is het lastig om te bepalen of iets een afvalstof is. Wel is in jurisprudentie duidelijk gemaakt dat het begrip 'afvalstof' breed uitgelegd moet worden. De praktijk leert dat het grootste deel van de gebruikte co-materialen een afvalstof is. Het is te complex om hier in dit antwoord er verder op in te gaan.

U kunt meer informatie vinden op;
- onze webpagina's Afval of niet

- de website van het  Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3), in hoofdstuk B.6 Onderscheid afvalstof en niet-afvalstof

- de Leidraad afvalstof of product met het toetsingskader.

Of u kunt de Webtoets 'Afval of Grondstof'  gebruiken.

naar boven

1.2 Wat is de definitie van ontdoen en van ontdoener?

Bij afvalstoffen gaat het erom dat men zich ontdoet, voornemens zich te ontdoen of moet ontdoen.

In artikel 1.1., lid 5 van de Wet milieubeheer staat hierover het volgende:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:

  • a. onder het zich ontdoen van afvalstoffen mede verstaan het nuttig toepassen of verwijderen van afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze zijn ontstaan;
  • b. onder het zich door afgifte ontdoen van afvalstoffen mede verstaan:

    1°. het voor nuttige toepassing of verwijdering brengen van afvalstoffen vanuit een inrichting naar een elders gelegen inrichting die aan dezelfde natuurlijke of rechtspersoon behoort;

    2°. het tijdelijk voor nuttige toepassing afgeven van afvalstoffen;

    3°. het voor verwerking afgeven van afvalstoffen aan een afvalstoffenhandelaar.

Elders op deze site vindt u meer informatie over afvalbeleid en afvalwet- en regelgeving.

naar boven

1.3 Is glycerine (zowel van buitenlandse als binnenlandse herkomst) een grondstof of afvalstof?

Een veelvoorkomend misverstand is dat grondstof/afvalstof altijd een tegenstelling is. Dit is niet altijd het geval. Materiaal kan afval en grondstof tegelijk zijn; een afvalstof kan nuttig toegepast worden als grondstof voor een productieproces.
De bepaling of glycerine een afvalstof is of niet, is dus ook niet gelinkt aan de product- of handelsnaam. Het gaat er onder meer om of iemand (de houder) zich ervan wil ontdoen (in de zin van artikel 1.1 Wet milieubeheer).
U kunt meer informatie vinden op  Afval of niet.

naar boven

1.4 Is maïs een afvalstof of een product?

Dit is afhankelijk van de situatie.
1. Als maïs speciaal geteeld wordt met het doel deze te gebruiken als co-materiaal, dan is deze maïs geen afvalstof. De afvalstoffenwetgeving is dan niet van toepassing . Er hoeft dan alleen een CMR opgemaakt te worden voor het binnenlands transport.

2. Maïs dat is geteeld voor de levensmiddelenindustrie, maar vanwege overproductie als co-materiaal wordt ingezet, is wel een afvalstof. De reden is dat deze maïs gemengd met afvalstoffen wordt vergist in de co-vergister. Wanneer niet-afvalstoffen vermengd worden met afvalstoffen, is de hele partij een afvalstof.
Zie ook: Groenafval en regelgeving.

3. Komt de maïs bij een levensmiddelenbedrijf vrij, dan is er geen sprake van landbouwmateriaal en zijn de afvalstoffenregels gewoon van toepassing. Zie ook onze pagina's Groenafval en regelgeving
Er moet in dit geval onder meer een begeleidingsbrief voor binnenlands transport van afvalstoffen opgemaakt worden. Informatie hierover en over de andere procedures en verplichtingen bij binnenlands afvaltransport vindt u op de site van LMA.
Bij buitenlands transport is de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) van toepassing.
Ook moet het vervoerd worden door een vervoerder of inzamelaar die vermeld staat op de VIHB-lijst van NIWO.

Let op:

Dat een afvalstof nuttig gebruikt kan worden bepaalt niet of materiaal wel of niet gezien moet worden als afvalstof. Bijvoorbeeld: ook Soapstock en supermarktmix blijven afvalstoffen, ook al zijn het nuttige grondstoffen voor een vergister.

naar boven

1.5 Voor reststromen die rechtstreeks afkomstig zijn uit de landbouw gelden de afvalstoffenregels niet. Geldt dit ook voor schillen van appels die bij de bereiding van appelmoes gebruikt zijn?

Nee, het gaat hier niet om landbouw- of bosbouwmateriaal dus zijn hier de afvalstoffenregels gewoon van toepassing. Zie ook onze pagina's Groenafval en regelgeving

naar boven

1.6 Als mijn co-materiaal als ‘afval’ wordt bestempeld, kan ik deze dan nog gebruiken in de co-vergister?

Ja, want het gebruik van afvalstoffen bij het co-vergisten wordt gezien als nuttige toepassing van afvalstoffen. Dit wordt dan ook gestimuleerd. Maar het gaat wel om afvalstoffen dus de inzet moet, om  milieuproblemen/verontreiniging te voorkomen, volgens regels gaan:

  • Afvalstoffen en reststoffen die gebruikt worden in de vergister en waarvan het eindproduct verhandeld en gebruikt wordt als meststof, moeten vermeld staan op bijlage Aa, onderdeel IV (website RVO)
  • Ook moet in de omgevingsvergunning vermeld staan dat deze afvalstof gebruikt mag worden in de vergistingsinstallatie.
  • Bij het vervoer van de co-materialen naar de co-vergister moet er een begeleidingsbrief voor binnenlands afvaltransport aanwezig zijn.
  • Er gelden ook de andere verplichtingen en procedures voor binnenlandse afvaltransporten. Informatie hierover vindt u op de site van LMA.
  • De vervoerder of inzamelaar van de afvalstoffen moet geregistreerd staan op de VIHB-lijst bij NIWO.

naar boven

1.7 Wanneer valt niet-gevaarlijk natuurlijk materiaal niet onder de afvalstoffenregelgeving?

In artikel 2 van de Kaderrrichtlijn afvalstoffen staat beschreven wanneer de afvalregelgeving van hoofdstuk 10 Wet mileubeheer niet geldt voor niet-gevaarlijk natuurlijk materiaal.

Zie ook onze pagina's Groenafval en afvalregelgeving

naar boven

1.8 Waar kun je aan denken bij de term 'niet-gevaarlijk landbouw- of bosbouwmateriaal'?

Bijvoorbeeld maaisel, snoeihout, akkerbouwproducten. Zie voor een uitleg hierover (met voorbeelden) onze pagina's Groenafval en afvalregelgeving.

naar boven

1.9 Is een bijproduct hetzelfde als een afvalstof?

Nee, bijproducten zijn geen afvalstoffen volgens de nieuwe Kaderrichtlijn afvalstoffen.

Bijproducten zijnstoffen of voorwerpen die het resultaat zijn van een productieproces dat niet in de eerste plaats is bedoeld voor de productie van die stof of dat voorwerp. Daarbij moet voldaan worden aan elk van de volgende vier voorwaarden*:

  • Het is zeker dat de stof of het voorwerp zal worden gebruikt, én
  • de stof of het voorwerp kan onmiddellijk worden gebruikt zonder verdere andere behandeling dan die welke bij de normale productie gangbaar is, én
  • de stof of het voorwerp wordt geproduceerd als integraal onderdeel van een productieproces, én
  • verder gebruik is rechtmatig en zal niet leiden tot ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid

* Deze vier voorwaarden/criteria staan in artikel 5, eerste lid van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.

Let op: er moet dus wel aan alle criteria zijn voldaan, wil er sprake zijn van een bijproduct.

Om te bepalen of het gaat om een bijproduct of afvalstof kunt u ook de Webtoets 'Afval of Grondstof' gebruiken.

naar boven

1.10 Hoe kan ik aantonen dat een restproduct een bijproduct is en geen afvalstof?

Om dit aan te tonen hoeft een stof/voorwerp niet als bijproduct geregistreerd te worden.

Als ondernemer kunt u zelf nagaan of het voldoet aan de criteria (zie vraag 1.9). Bij inspectie zult u wel moeten aantonen waarom u denkt dat het geen afvalstof is maar een bijproduct. De bewijslast hiervoor is vormvrij. Als u de inspecteur niet kunt overtuigen, kan hier een handhavingszaak van gemaakt worden. Vanzelfsprekend heeft u dan de mogelijkheid om de kwestie voor te leggen aan de rechter. Deze heeft het laatste woord hierover.

1.11. Wanneer is materiaal wat eerst een afvalstof is geen afvalstof meer?

Informatie over einde-afval is te vinden op onze pagina’s ‘Afval of niet’.

naar boven

2. Vervoer van afvalstoffen

2a. Is het toegestaan om twee begeleidingsbrieven op te maken voor één transport, zodat de afnemer van de co-materialen niet ziet wie de leverancier is?

Nee, dit is niet toegestaan.
In de praktijk worden vaak twee begeleidingsbrieven opgemaakt voor één transport. Op de eerste brief wordt dan het kantooradres van de tussenpersoon (handelaar) als losadres ingevuld en op de tweede begeleidingsbrief wordt hetzelfde kantooradres als laadadres ingevuld. Dit terwijl de vracht daar niet fysiek is geladen of gelost.
Deze werkwijze noemt men ook wel neutraal laden, hiermee wil men de eigen handelsbelangen afschermen. De co-vergister mag dan als afnemer niet de werkelijke plaats van laden weten, omdat deze anders mogelijk rechtstreeks zaken gaat doen met de leverancier.
Neutraal laden is niet toegestaan omdat dan de keten van de ontdoener naar gebruiker niet meer gevolgd kan worden. Op de begeleidingsbrief voor afvaltransporten moet de werkelijke plaats van laden en lossen worden ingevuld zodat het fysieke transport gevolgd kan worden.

naar boven

2b. Moet ik de ontvangst en afgiften van bijproducten (zoals de Kaderrichtlijn afvalstoffen ze beschrijft) melden bij het LMA?

Nee, bijproducten in de zin van de Kaderrichtlijn afval (KRA) zijn geen afvalstoffen en vallen daarmee niet onder verplichtingen uit de afvalstoffenregelgeving zoals ontvangst- en afgiftemeldingen bij het LMA, of het opmaken van een begeleidingsbrief. Voor de verantwoording in het kader van de gebruiksnormen is het wel raadzaam dat u een vervoersdocument opmaakt.

Als het gaat om dierlijke bijproducten is in principe de Verordening Dierlijke Bijproducten van toepassing, niet de afvalstoffenregelgeving. Als er bijvoorbeeld voor het vervoer en melden binnen Nederland al voorschriften zijn opgenomen in de Verordening Dierlijke bijproducten, dan zijn de voorschriften hiervoor van het Besluit melden niet van toepassing.

Behalve: wanneer de dierlijke bijproducten worden verbrand of gestort of gebruikt in een biogas- of composteerinstallatie (en ook in een vergistingsinstallatie), want dan is de KRA (en daarmee hoofdstuk 10 Wm wel van toepassing. Dus ook het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (bekend als LMA).

Andere hoofdstukken van de Wm dan hoofdstuk 10, die bepalingen hebben over afvalstoffen worden overigens nooit uitgesloten, dus kunnen eventueel ook van toepassing zijn.

Voor informatie en vragen over de Verordening dierlijke bijproducten kan contact opgenomen worden met de NVWA:

https://www.nvwa.nl/onderwerpen/dierlijke-bijproducten

naar boven

2c. Welke documenten zijn er nodig bij de overbrenging van afval vanuit het buitenland?

Bij buitenlands transport is de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) van toepassing. In het schema vereiste documenten bij beroepsmatige buitenlandse overbrenging kunt u nakijken welke documenten u nodig heeft.
Meer informatie over de documenten en procedures kunt u vinden op de site van EVOA.

naar boven

2d. Moet elke co-vergister op de VIHB-lijst als inzamelaar en verwerker van afvalstoffen?

Sinds 2004 moet iedereen die binnen Nederland afvalstoffen vervoert, inzamelt, er in handelt of bemiddelt, in principe een VIHB-registratie hebben en dus op de lijst staan. Er zijn een paar uitzonderingen. Informatie kunt u vinden op de site van NIWO.

naar boven

2e. Moet elke co-vergister (zowel gemeentelijke als provinciale inrichting) een afvalstroomnummer hebben voor het invullen van de begeleidingsbrief?

Een afvalstroomnummer wordt alleen aangemaakt door een inrichting die afvalstoffen ontvangt én meldingsplichtig is voor LMA. Dit afvalstroomnummer verstrekt hij aan de ontdoener van de afvalstof, die het nummer op de begeleidingsbrief zet. Als de afvalstof dus niet naar een meldingsplichtige inrichting gaat, hoeft er geen afvalstroomnummer op de begeleidingsbrief te staan. Informatie over de begeleidingsbrief, melden en afvalstroomnummers vindt u op de site van LMA.

naar boven

2f. Putvet is een afvalstof. Is een mengsel van putvet en keukenafval een afvalstof of categorie 3 materiaal? Welk document moet bij grensoverschrijdende overbrenging aanwezig zijn?

Een mengsel van putvet en keukenafval is een afvalstof. Zonder dierlijke bijproducten gelden bij grensoverschrijdend vervoer de procedures van EVOA (Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen). Er moet dan een Bijlage VII formulier aanwezig zijn tijdens het transport of u moet een kennisgeving indienen (voorafgaand aan het transport toestemming aanvragen).
Als er in het keukenafval dierlijke bijproducten zit, dan treed de EVOA-regelgeving terug. Er moet dan een handelsdocument (EG Verordening 1069/2009 dierlijke bijproducten) en een CMR bij het transport aanwezig zijn.

Toelichting:

De EVOA is van toepassing op de overbrenging van alle afvalstoffen binnen, naar en vanuit de Europese Gemeenschap. Een uitzondering is een overbrenging die valt onder de bepalingen van Verordening (EG) 1069/2009 (Verordening dierlijke bijproducten). Meer informatie hierover vindt u op de site van NVWA.

naar boven

2g. Welke documenten moet ik gebruiken bij internationaal vervoer van afvalstoffen die geen dierlijke bijproducten bevatten?

Bij het grensoverschrijdend vervoer van afval heeft u te maken met de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA). De EVOA geeft procedures voor invoer, uitvoer en doorvoer van afvaltransporten binnen de Europese Unie en de im- en export van en naar de EU.
Uitgebreide informatie over de procedures en de bijbehorende formulieren vindt u op de website EVOA.

naar boven

2h. Welke documenten moet ik gebruiken bij een internationaal vervoer van afvalstoffen die ook dierlijke bijproducten bevatten?

Deze overbrenging valt onder de bepalingen van Verordening (EG) 1069/2009 (Verordening dierlijke bijproducten). U heeft dan een handelsdocument ( EG Vo. 1069/2009 dierlijke bijproducten) en een CMR nodig. Meer informatie hierover vindt u op de website NVWA.

De EVOA (Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen) is van toepassing op de overbrenging van alle afvalstoffen binnen, naar en vanuit de Europese Gemeenschap. Maar een uitzondering is een overbrenging die valt onder de bepalingen van Verordening (EG) 1069/2009 (Verordening dierlijke bijproducten).

naar boven

2i. Moet een co-vergister de ontvangst van co-materialen (zoals afvalstoffen uit de voedingsmiddelenindustrie) melden volgens de Wet milieubeheer (Besluit melden afvalstoffen, LMA)? Het gaat hier om co-materialen die geen dierlijke bijproducten zijn.

Het antwoord is 'nee' als het gaat om co-materialen die staan op bijlage Aa, onderdeel IV (de positieve lijst). Dan vallen handelingen met deze co-materialen onder de Meststoffenwet (zie informatie op de site van RVO).

Toelichting:
Als deze co-materialen ook ‘afvalstof’ zijn volgens de Wet Milieubeheer (Wm), moet vastgesteld worden of op handelingen met deze co-materialen ook de afvalstoffenregels van hoofdstuk 10 Wet milieubeheer (en de daaronder hangende AMvB’s en regelingen) van toepassing zijn.

Volgens artikel 22.1, achtste lid Wet milieubeheer, zijn de afvalstoffenregels uit de Wm niet van toepassing op een handeling als er al voorschriften gelden volgens (onder andere) de Meststoffenwet.
Voor de gedraging: ‘het in ontvangst nemen van co-materialen’ gelden al voorschriften gelden met dezelfde strekking (te weten: registratieverplichtingen) volgens de Meststoffenwet. Daarom wijken de afvalstoffenregels uit de Wm. Weliswaar is ‘melden’ een andere verplichting dan ‘registratie’ van afvalstoffen, maar dat maakt niet uit voor de toepassing van artikel 22.1 Wm. De gedraging ‘het in ontvangst nemen van afvalstoffen’ is geregeld met voorschriften uit de Meststoffenwet. Zodat (volgens artikel 22.1, achtste lid), de afvalstoffenregels (inclusief het Besluit Melden van afvalstoffen) terugtreden en niet van toepassing zijn.

naar boven

2j. Wanneer moet ik co-materialen voor gebruik in een co-vergistingsinstallatie melden bij LMA?

Ontvangstmelding

Als de ontvanger (co-vergister) meldingsplichtig is volgens het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, dan moet dat bedrijf de ontvangst van de co-materialen melden bij het LMA (de ontvangstmelding) . Maar als er moet worden gemeld volgens de Meststoffenwet dan hoeft er niet ook aan het LMA te worden gemeld.

U kunt op de website van LMA vinden wanneer een bedrijf meldingsplichtig is. Ondermeer is dit zo als het bedrijf valt onder categorie 28.4 bijlage I onder C van het Besluit omgevingsrecht.
Een co-vergistingsinstallatie valt onder 28.4 van het Besluit omgevingsrecht als:

  • Afvalstoffen worden toegevoegd aan het vergistingsproces
  • De opslagcapaciteit voor het opslaan van afvalstoffen die afkomstig zijn van buiten de inrichting meer dan 1.000 m3 is of
  • Er bij het vergisten jaarlijks meer dan 15.000 m3 afvalstoffen van buiten de inrichting wordt toegevoegd aan het vergistingsproces.

Dit betekent dat als er bijvoorbeeld alleen maar eigen geproduceerde maïs met of zonder dierlijke uitwerpselen wordt vergist er geen sprake is van een 28.4 bedrijf. Het bedrijf is in dit geval niet meldingsplichtig.
Een volledig overzicht van inrichtingen die onder 28.4 vallen kunt u vinden in bijlage IC categorie 28.4 van het Besluit omgevingsrecht.

Afgiftemelding

Een ontvangstmeldingsplichtige inrichting voor LMA, die zich weer van (afval)stoffen ontdoet, moet bij het LMA een afgiftemelding doen als:

  • het afval naar een niet-meldingsplichtige inrichting gaat
  • als het afval als groene lijst afvalstof naar het buitenland gaat
  • als het het predikaat afvalstof verliest
  • bij toepassing binnen eigen (meldingsplichtige) inrichting

Zijn er op het vervoer de regels van de meststoffenwet van toepassing; moet er een vervoersbewijs dierlijke meststoffen ingediend worden? Dan hoeft er geen afgiftemelding gedaan te worden bij het LMA.

Als er sprake is van grensoverschrijdend afvaltransport (EVOA) volgens de kennisgevingsprocedure dan hoeft er geen afgiftemelding gedaan worden bij het LMA. Dit moet wel als er geen kennisgeving gedaan hoeft te worden.

Meer informatie over het melden van ontvangst en afgifte van afvalstoffen kunt u vinden op de site van LMA.

naar boven

2k. Moet er bij het vervoer van co-materialen zijnde afvalstoffen die NIET vallen onder de reikwijdte van Wet milieubeheer, een Euralcode vermeld worden op het begeleidingsformulier?

Nee, voor deze co-materialen is namelijk geen begeleidingsbrief nodig. De begeleidingsbrief is een verplichting uit het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, en dit besluit valt weer onder hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer.
Zie voor uitleg over welke co-materialen niet onder de reikwijdte van Wet milieubeheer vallen: Groenafval en regelgeving.

naar boven

2l. Moet er bij het vervoer van co-materialen zijnde afvalstoffen die WEL vallen onder de reikwijdte van Wet milieubeheer een Euralcode vermeld worden op de begeleidingsformulieren?

Ja, de regelgeving voor afvalstoffen is dan van toepassing. Dit betekent ook dat er een Euralcode vermeld moet worden op het begeleidingsformulier.

Zie elders op deze site uitleg over de Eural

naar boven


3. Wet Milieubeheer (hoofdstuk 10, Afvalstoffen)

3a. Hoe zit het met de afstemming tussen de regelgeving voor afvalstoffen en die voor diervoeders?

Valt een gedraging (zoals het vervoer of de afgifte) zowel onder de Kaderwet diervoeders als onder hoofdstuk 10 (Afvalstoffen) van de Wet milieubeheer? Dan gaat wat in de Kaderwet diervoeders bepaalt wordt voor op de afvalstoffenwetgeving. Hoofdstuk 10 wijkt dan voor de Kaderwet diervoeders.

Maar als het gaat om transport van afvalstoffen over de grens dan wijkt de afvalstoffenwetgeving niet. Dan is de EVOA (Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen) van toepassing. Ook al is deze gedraging in de Kaderwet diervoeders geregeld.

Toelichting:

Artikel 22.1, lid 9 van de Wet milieubeheer luidt:
“Hoofdstuk 10, met uitzondering van titel 10.7, is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de Kaderwet diervoeders.”
EVOA valt onder titel 10.7.

naar boven

3b. Hoe zit het met de afstemming tussen de regelgeving voor afvalstoffen en die voor meststoffen?

Valt een gedraging (zoals het vervoer of de afgifte) zowel onder de Meststoffenwet als onder hoofdstuk 10 (Afvalstoffen) van de Wet milieubeheer? Dan gaat wat hierover in de Meststoffenwet voorgeschreven staat voor op wat bepaald wordt in hoofdstuk 10 Wet milieubeheer.

Een voorbeeld is digestaat dat ontstaat bij co-vergisting:
Dit is een afvalstof zodat handelingen met die afvalstof in principe onder hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer vallen.
Maar als het digestaat onder meststoffenregelgeving valt omdat:
- het digestaat (uitzonderingen daargelaten) is verkregen door vergisting van tenminste 50% uitwerpselen van dieren en
- het is geproduceerd met gebruikmaking van stoffen van de zogenaamde ‘positieve lijst’,
dan wijken de afvalstoffenregels van hoofdstuk 10 Wet milieubeheer en is alleen de Meststoffenwet van toepassing.

Artikel 22.1, negende lid, van de Wet milieubeheer luidt:
“Hoofdstuk 10 is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens” (onder meer) de Meststoffenwet
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat mest ook als ‘dierlijk bijproduct’ getypeerd kan worden. Ook om die reden kan mest dus in bepaalde gevallen al uitgezonderd zijn van de reikwijdte van de Wet milieubeheer.

naar boven

3c. Op welk moment heeft de ontvanger (co-vergister) de co-materialen (afvalstoffen) geaccepteerd, zodat deze niet meer terug kunnen naar de leverancier?

De houder van de afvalstoffen is verantwoordelijk en kan deze niet terugleveren als blijkt dat de co-materialen niet aan de afgesproken specificaties voldoen.

Het is een misvatting dat het moment van ‘acceptatie’ bepalend is voor de vraag of de afvalstoffen nog teruggeleverd kunnen worden. In de wetgeving (artikel 10.37 Wet milieubeheer) is aangegeven dat het moment van afgifte bepalend is. Het moment van ‘afgifte’ is een ander moment dan ‘acceptatie’. Bij de afgifte van afvalstoffen gaat het om de feitelijke overdracht.

Let op: het eigendom is dus niet bepalend, het gaat om degene die de afvalstoffen feitelijk onder zich heeft.

Voor dierlijke bijproducten geldt hetzelfde:

Exploitanten (in alle fasen van verzamelen, vervoer, behandeling, hantering, verwerking, transformatie en opslag) moeten ervoor zorgen dat de dierlijke bijproducten of afgeleide producten binnen de onderneming voldoen aan de vereisten van de Verordening dierlijke bijproducten die van toepassing zijn ophun activiteiten. Ook al is de exploitant geen juridisch eigenaar van een partij; deze is wel verantwoordelijk voor de partij onder zijn beheer.

naar boven

3d. Hoe kijkt het ministerie aan tegen het sluiten van een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de vergister en de leverancier waarbij het risico, wanneer er iets anders geleverd wordt dan is afgesproken, bij de leverancier komt te liggen?

Het is een goede oplossing om dit privaatrechterlijk te regelen. Immers, zodra de co-materialen (afvalstoffen) zijn afgegeven aan de co-vergister, zijn de eventuele risico’s voor de co-vergister. Blijkt pas na de feitelijke overdracht van de co-materialen dat deze niet aan de overeengekomen specificaties voldoen, dan kan de co-vergister deze materialen niet meer teruggeven aan de leverancier. Zelfs niet als is afgesproken dat de leverancier eigenaar blijft. Artikel 10.37 Wet milieubeheer maakt dit onmogelijk. De schade die daaruit voortvloeit komt voor rekening van de ontvanger (dus de co-vergister). Om dit risico te beheersen kunnen privaatrechtelijke afspraken gemaakt worden.

naar boven

3e. Als er co-materialen vergist worden die niet vermeld staan op bijlage Aa, mag het digestaat na vergisting dan uitgereden worden op landbouwgrond?

Het gistingsresidu is een afvalstof. Als er co-materialen vergist worden die niet vermeld staan op bijlage Aa dan geldt voor de afvoer de afvalstoffenregelgeving. In uitzonderlijke gevallen kan de provincie een ontheffing verlenen van het stortverbod buiten inrichtingen (Wet Milieubeheer artikel 10.2). Als het residu wordt uitgereden op landbouwgrond, tellen de kilogrammen fosfaat en stikstof die aangewend wordt wel mee voor het stelsel van gebruiksnormen.

naar boven


4. Co-vergisting en de Eural (Europese afvalstoffenlijst)

4a. Hoe bepaal ik welke Euralcode er van toepassing is op het co-materiaal?

In de Handreiking Eural kunt u een stappenplan vinden. Hoewel de Eural sinds 1 juni 2015 aangepast is, kunt u het stappenplan in deze brochure nog gebruiken.

U zoekt eerst het toepasselijke hoofdstuk (proces) op basis van de herkomst van de  afvalstof (de eerste twee cijfers). Vervolgens bepaalt u het sub-hoofdstuk (deelproces), dit zijn de volgende 2 cijfers. De laatste 2 cijfers verwijzen naar de afvalcategorie.

Zie voor informatie over de wijzigingen in de Eural onze webpagina's Eural

naar boven

4c. Aan elke afvalstof hangt een Euralcode. Waarom wordt er niet een lijst van Euralcodes gemaakt welke in de co-vergister toepasbaar zijn?

Op basis van een Euralcode is moeilijk te herleiden om welk specifiek co-product het gaat. Een Euralcode is te breed en soms te smal om op de positieve lijst duidelijkheid te geven om welk product het nu gaat.